Op dinsdagavond 3 december 2019 bespreekt de Tweede Kamer de Implementatiewet wijziging vierde antiwitwas richtlijn. Deze voegt cryptobedrijven toe aan de lijst niet-financiële instellingen die moeten gaan voldoen aan de Wet ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering (WWFT). Dit betekent onder andere dat aan identificatie- en meldingsverplichtingen moet worden voldaan.

Vanuit de pers en de media is de vraag gesteld of dit wetsvoorstel verder gaat dan Europe richtlijn voorschrijft of juist niet.

De Nederlandse industrie vindt van wel en wijst op de onnodige lasten, marktbelemmering en hoge toezichtkosten die dit veroorzaakt (zie deze brief en bijlage). Het Ministerie van Financiën stelt echter dat een zogeheten ‘beleidsarme’ vrije invoering plaatsvindt, waarbij alleen Europese regels worden ingevoerd.

In vervolg op verzoeken vanuit de pers publiceren we nu de analyse die door ’t Hart advocaten is gemaakt hierover (zie het rapport). Aan de hand hiervan kunt u zelf uit eerste hand een eigen oordeel vormen. De conclusie luidt dat we in Nederland verder gaan dan de richtlijn voorschrijft. Er is sprake van een verkapt vergunningsregime, dat niet strookt met het advies van de Raad van State. Het Ministerie van Financiën geeft de Tweede Kamer een verkeerde voorstelling van zaken.

Lees de juridische analyse van 't Hart Advocaten.